Uitgever
TravelXL
Realisatie, vormgeving en techniek
Ruud Slagmolen Copy, Concept & Creatie / Delft
Len Blonk, Studio Vadding / Leiderdorp
Fotografie
Ruud Slagmolen, Shutterstock en anderen
Distributie
Circa 82.000
Deze online Inspirations produceren wij met de grootste zorg. Maar aanbieders van producten en diensten kunnen hun aanbod en prijzen veranderen. De uitgevers kunnen daarom geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele onjuiste of achterhaalde gegevens. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van TravelXL.
Cookieverklaring
Wij meten hoe onze website wordt gebruikt. Dat doen wij met Google Analytics, een webanalyse-service die wordt aangeboden door Google Inc. (Google). Google Analytics maakt gebruik van cookies (bestandjes die op uw computer worden geplaatst) om te analyseren hoe gebruikers de website gebruiken. Wij hebben Google Analytics privacy vriendelijk ingesteld conform de “Handleiding privacyvriendelijk instellen van Google Analytics” van de Autoriteit Persoonsgegevens van 6 maart 2018.
U kunt het gebruik van cookies weigeren door in uw browser de daarvoor geëigende instellingen te kiezen. Wij wijzen u er echter op dat u in dat geval wellicht niet alle mogelijkheden van deze website kunt benutten.
De Rocky Mountains schotelen je wellicht de meest indrukwekkende natuur van Canada voor: land van ruimte en ruige natuur, van bergen, beken, beren en bevers. Dat ontdekken we tijdens een roadtrip van Calgary richting Vancouver. Go West dus. En tussen al die duizend-en-één dennenbossen komen we onderweg heel wat verrassende uitstapadressen tegen. Tien stops om zeker in je reis op te nemen.
Het startpunt van de reis is Calgary. Zodra we de stad verlaten, komen de met sneeuw bedekte pieken van de Rocky Mountains al in zicht. Direct vallen de eerste “oohh’s” en “aahh’s”. De Rockies zijn werelderfgoed en rijgen zeven nationale parken aan elkaar, te beginnen met Banff National Park. Banff zelf ademt een stijlvolle houthakkerssfeer. Downtown bestellen we een small cappuccino. Maar zowel de chocolate chip cookie als de mokken zijn big, big, big; het blijft Noord-Amerika. Verderop trakteert Banff op het eerste wow-uitzicht: op Tunnel Mountain, de berg die min of meer de Bow vallei blokkeert.
We reizen verder. De zon schijnt en de witte bergen steken zich mooi af tegen de blauwe lucht… Jodelahiti! Uit enthousiasme beginnen we meteen te jodelen. Nou ja, beginnen we te oefenen. Via Kootenay National Park arriveren we in Kimberley, ooit een welvarend mijnwerkersstadje. Maar bij het sluiten van de mijn dacht men: hoe trekken we nu bezoekers? Daarom werd een ruim 350 jaar oud bijgebouw van een Beiers kasteel afgebroken en hier in 1989 plank voor plank weer opgebouwd. Alles rond dit houten Bauernhaus kreeg een dito sfeer: Beieren in Canada. In het centrum jodelt Happy Hans vrolijk vanuit zijn immense koekoeksklok. We zien echter geen lederhosen en dirndels. Maar de schnitzels smaken wirklich wunderbar.
Na miljoenen dennenbomen dient Nelson zich aan. Een stadje van nog geen tienduizend inwoners dat eind 19e eeuw ontstond nadat er zilver en koper werd gevonden. Dat betekende een toevloed aan gelukszoekers. En daarmee ontstonden ook hotels en saloons. Na Vancouver en Victoria heeft Nelson de grootste concentratie historisch erfgoed in British Columbia; 350 gebouwen in alle kleuren van de regenboog. En die zijn de afgelopen jaren allemaal weer in oude luister hersteld. Hoofdstraat Baker Street telt de meeste oudjes. Ook leuke terrasjes. En laat het nu net happy hour zijn…
Het is blauw, 135 km lang, 5 km breed en tot wel 232 meter diep, ra ra? Het Okanagan Lake. De hellingen rond dit meer behoren tot de warmste plek van Canada. Vandaar dat de witte en blauwe druiven zich er opperbest gedragen. En de wijnhuizen idem dito. Rond Kelowna rijgen ze zich als een rozenkrans aaneen. Alles draait om wijn. Nou ja, niet helemaal. Naast ‘deze hangt stevig in het glas’ komen veel bezoekers ook voor die enorme geldprijs. Wie onomstootbaar bewijs weet te leveren dat Ogopogo bestaat, krijgt 1 miljoen dollar. Ogopogo is de Canadese variant van de Schotse Nessie. En deze huist al sinds mensenheugenis hier in het meer. Wat later ontdekken we het ‘monster’ aan de oevers van het meer. Yeah! De vraag daarna: wat zullen we met die geldprijs doen?
In het stoere Hope werd in 1981 de Rambo-kaskraker First Blood opgenomen. Sindsdien is het stadje een bedevaartsoord geworden met jaarlijks zo’n 15 duizend fans als bezoeker. We volgen de Rambo-trail met alle locaties die in de film werden gebruikt. We komen langs een houten Rambo met mitrailleur en langs de dito sheriff die het destijds aan de stok kreeg met deze Vietnam-veteraan. Net buiten de stad volgen we de Othello-trail. Die voert langs een kolkende beek en door uit rotsen gehouwen tunnels, extra waakzaam voor de aanwezige beren. Die gelukkig niet gezien; we zijn nu eenmaal geen Rambo.
Vancouver behoort, samen met Sydney en Hong Kong, tot de fraaist gelegen steden ter wereld. We huren een fiets en duiken Stanley Park in. Hoewel park; het is meer een combinatie van dicht regenwoud, moerasland, stranden en hier en daar een gemillimeterd gazon. Even een stop bij de oude totempalen van de First Nations, ook bij de megahoge Douglas-sparren. Daarna een stukje de stad in. Uiteraard naar de historische wijk Gastown met z’n sfeervolle klinkerstraatjes, maar vooral ook langs de natuurlijke jachthavens. Bij Morton Park stappen we af. Je kunt eenvoudigweg niet doorfietsen. De beeldend kunstenaar Yue Minjun creëerde het meest geliefde kunstwerk van de stad: ‘A-Maze-Ing Laughter’. Iedereen trekt er gekke gezichten en bootst de poses van de beelden na. Tja, en wat doe je dan zelf? “Nu jullie nog”, roep ik naar m’n reisgenoten. Wij niet, was de reactie en weg waren ze.
Vanuit Tsawwassen brengt de veerboot ons naar Vancouver Island. Een prachtige tocht waarbij het schip zich een weg baant tussen allerlei kleinere eilanden van het Gulf Islands National Park. Bij het kleurrijke Fisherman’s Wharf in Victoria begroet een nieuwsgierige zeehond ons. In Chinatown wurmen we ons door het smalste straatje van Canada: Fan Tan Alley. Aan het einde van de middag maken we een prachtige tocht langs de slingerende kust (Beach Drive). Naast een waanzinnig uitzicht op de besneeuwde bergtoppen van de Amerikaanse staat Washington, aan de overkant van het water, hebben de bewoners ook hier en daar een glooiend golfterrein ter beschikking.
Ooit in een tijdmachine willen stappen? Zo eentje van professor Barabas? Met ook de garantie dat hij je weer terughaalt naar het nu? Dat kan bij Cathedral Grove, een bos van ruim achthonderd jaar oud. Zo zag Vancouver Island eruit voordat de kolonisten hier kwamen: wild en ongetemd. Het oerbos van toen toont een enorme hoeveelheid Douglas-sparren die tot wel 85 meter hoog kunnen groeien. Let wel: zo hoog als een flat van 23 verdiepingen. Hun omtrek is zo’n negen meter. Een groot aantal van deze kanjers is dus ruim achthonderd jaar oud. Indrukwekkend.
Terug op het vasteland rijden we weer richting Calgary. Langzaamaan wordt het landschap droger, het groen van al die dennen verdwijnt, de hoge bergen blijven. Een uurtje verder dwingt een bord ‘Historic Hat Creek Ranch’ ons tot stoppen. We krijgen een kijkje in het leven van de eerste kolonisten die hier rond 1880 een ranch openden. Later kwam er voor de goudzoekers een hotel, een saloon en een stopplaats voor de postkoets. “Heerlijk dit soort geschiedenisplekken.” We lopen nog even door naar het kampement van de First Nations, de indianen van Canada.
Het einde is in zicht. Terug in het Banff National Park roepen we nog een keer “oohh” en “aahh” bij Lake Louise en het Moraine Lake met hun intens blauwe water. Op de achtergrond weer die pieken met onbedorven sneeuw. Dan dient Calgary zich aan. Net buiten het centrum ligt de hoger gelegen wijk Crescent Heights, een soort Beverly Hills met dito huizen en een magnifiek uitzicht op de wolkenkrabbers van de stad. We zuchten; ons verlangen om naar huis te gaan, verdwijnt als sneeuw voor de zon.
